|
software
De
klankondersteunende gebaren en tekeningen
De Klankondersteunende gebaren en
tekeningen die hier worden beschreven zijn geïnspireerd door het boek "Lezen moet je doen" (T. de Wit-Gosker, 1986). Al eerder werd het
gebarenalfabet van de Franse logopedist Mme Borel-Maisonny in Nederland geïntroduceerd.
Dit gebeurde via Dumont en Kok in Curriculum Schoolrijpheid deel 1 (pag. 142).
De bijbehorende tekeningen zijn gedeeltelijk ontstaan in de
praktijk van het lees- en spellingsonderwijs en bedacht door R. Poppelier en J. de Wit
van de Pastoor van Arsschool. Een ander gedeelte is ontwikkeld in gezamenlijk overleg met
een aantal teamleden van genoemde school.
De Klankondersteunende
tekeningen komen ook terug in
Flits.
In het onderstaande worden een aantal uitgangspunten die
ten grondslag liggen aan de Klankondersteunende gebaren en tekeningen uiteen gezet.
| 1. |
Het doel van de methode is het vereenvoudigen van de
klank-tekenkoppeling, een noodzakelijke voorwaarde voor het lezen en spellen. Klanken
worden hiertoe geassocieerd met gebaren, tekeningen, auditieve geheugensteuntjes en
aantrekkelijke activiteiten.
|
| 2. |
Er is zoveel mogelijk getracht een
logisch verband te leggen tussen de verschillende geheugensteuntjes die bij een klank
horen. Dat is voor ruim 50% van de klanken gelukt. Voor de overige klanken geldt dat het
gebaar niet logisch aansluit bij de auditieve en/of visuele geheugensteun. De ervaring
heeft echter geleerd dat gebaren die door volwassenen als onlogisch worden ervaren toch
vaak door de kinderen onverwacht snel worden overgenomen.
Met de Klankondersteunende gebaren en tekeningen wordt
getracht om kinderen op verschillende manieren te stimuleren om de in principe
willekeurige klank-letterkoppeling te onthouden, namelijk:
Motorisch. Door het maken van een gebaar
bij het zien van een grafeem of het horen van het foneem wordt een beroep gedaan op het
motorisch geheugen.
Visueel. De tekeningen zijn vooral bedoeld
als visuele geheugensteun.
Auditief. De bijbehorende (rijm)zinnetjes,
waarin de betreffende klank wordt benadrukt, doen een beroep op auditieve vaardigheden.
Emotioneel. De verschillende klanken
worden aangeleerd door middel van (klankgebaren-) spelen. De spelvorm heeft als doel de
kinderen positieve ervaringen met het leren van klanken te geven. Het uiteindelijke doel
is dat de motivatie om te leren lezen en schrijven wordt vergroot.
|
| 3. |
Herhaling van hetgeen eenmaal
geleerd werd is uiteraard van zeer groot belang. Per week kunnen bijvoorbeeld twee nieuwe
klanken worden aangeleerd die in de rest van de week zeer frequent in allerlei oefeningen
extra aandacht krijgen.
Niet alleen de motorische, visuele en auditieve
geheugensteuntjes moeten na het aanleren van de klanken veel aandacht krijgen. Ook het
klankgebarenspel dat werd gebruikt om de klank aan te leren kan regelmatig in de
herinnering worden geroepen.
|
| 4. |
De grootste kans op succes wordt
bereikt wanneer zo veel mogelijk volwassenen die het kind begeleiden bij het lees en
schrijfproces consequent gebruik maken van de Klankondersteunende gebaren en tekeningen.
Wanneer een leerling moeite heeft met de klank-tekenkoppeling ervaart dat het voor
leerkrachten, maar ook voor zijn klasgenoten, gewoon is om bij het zien en/of horen van
grafemen respectievelijk fonemen een gebaar te maken zal hij/zij dit ook zelf eerder als
vanzelfsprekend gaan toepassen.
De klankondersteunende gebaren en tekeningen hebben
uitsluitend tot doel het vereenvoudigen van de klank-tekenkoppeling. Naast dit onderdeel
van het aanvankelijk lees- en schrijfonderwijs dient oefenstof te worden aangeboden op het
gebied van de auditieve en visuele leervoorwaarden. De methode is bedoeld als
ondersteuning en niet als vervanging van lees- en spellingsmethoden.
|
De volgorde bij het aanleren van de klanken ligt niet
strikt vast, maar is ook niet volkomen willekeurig. Klanken die auditief en/of visueel
veel op elkaar lijken (bijvoorbeeld: aa-a, p-b, ie-ei) worden bij voorkeur niet snel na
elkaar aangeleerd om verwarring te voorkomen. Uiteraard dienen op den duur wel
discriminate-oefeningen te worden gedaan als het onderscheiden van bepaalde klanken toch
problemen geeft. Per week wordt één klinker en één medeklinker aangeleerd, waarbij de
volgende volgorde kan worden aangehouden.
| Klinkers |
medeklinkers |
| aa-oo-ee-uu |
b-m-k-t-s |
| ie-ui-oe-ei-eu-ij |
l-f-p-j-r |
| a-o-e-u-i |
h-w-d-g-n-v-z |
LITERATUUR
-Wit-Gosker,T. de Lezen moet je doen. Stichting voor de
leerplanontwikkeling Enschede 1986
-Dumont,J.J. en J.F.W. Kok Curriculum Schoolrijpheid deel 1 (pag. 142)
Malmberg, Den Bosch 1968
-Dumont J.J. Leerstoornissen 2 Lemniscaat, Rotterdam 1976 (pag. 169-172)
|