|
Sien gaat naar oom Gijs. Sien gaat naar oom Gijs. Oom Gijs woont bij het park. Sien kan het huis van oom Gijs nog niet zien. Ze loopt maar door. Daar schuift een wolk voor de zon. Dan regent het flink. Sien rent naar een boom. Ze wordt al nat. Ze schuilt bij de boom. Dan wordt het weer droog. Sien loopt vlug naar oom Gijs. Oom Gijs droogt haar haar.
|
|