|
Plok de bok ziet een trein. Ting, ting, ting, ting, ting! Daar komt de trein. Plok de bok ziet de trein. Dat is leuk! De trein rijdt hard. Ik wil mee met dat ding. Plok kijkt waar de trein op rijdt. Hij likt eraan en vindt het vies. Het smaakt niet naar gras of brood. Nee, dat is niet lekker. Plok gaat weg naar zijn hok. Hij hoeft niet meer met de trein. Hij speelt met Fok het schaap. Dat is pas fijn.
|
|