Tom gaat op vakantie.

De school is uit.

Tom rent snel naar huis toe.

Weet jij ook waarom?

Tom gaat weg met papa en mama.

Ze gaan naar een huis toe.

Een huis in een groot bos.

Tom is een week vrij van school.

Ze gaan met de auto.

Zijn we er snel, vraagt Tom.

Over een uur zijn we er, zegt pa.

Na een uur ziet Tom het huis.

Het bos is groot en mooi.

Dat wordt een week met veel pret.

 

© NIB Software. Alle rechten voorbehouden. Met vragen of problemen over deze site kunt u terecht bij NIB Software