Wim valt van zijn fiets.

Wim gaat met de fiets naar oom Henk.

Wim kan al goed fietsen hoor.

Kijk goed voor je Wim, zegt papa.

Niet te hard en blijf aan de kant.

Wim doet goed zijn best.

Hij rijdt naast zijn papa.

Tring, doet de bel van zijn fiets.

Daar ziet Wim zijn vriend Kees.

Wim zwaait en roept, dag Kees.

Maar dan slaat zijn stuur om.

Wim valt. Zijn knie bloedt.

Papa tilt Wim op en rijdt naar huis.

Kees brengt de fiets thuis.

 

© NIB Software. Alle rechten voorbehouden. Met vragen of problemen over deze site kunt u terecht bij NIB Software