|
Over mooi willen zijn. Ik wou dat ik heel mooi was. Dat zou prettig zijn. Ik wou dat ik niet dik was. Dat lijkt me toch zo fijn. Niet dik, niet lang. Niet klein, niet bang. Heel mooi, zou dat bestaan? Ik lees het in een sprookje. Dan voel ik me prinses. Mijn droomprins komt me halen. Ik wou dat hij bestond. Het is fijn om van hem te dromen. Op een dag zal hij wel komen.
|
|