|
Jans ziet een peer hangen. Jans loopt in de tuin. Ze ziet een mooie peer aan de boom. Daar heeft Jans wel zin in. Maar de peer hangt veel te hoog. Jans strekt haar arm, maar nee hoor. Jans springt en springt, het lukt niet. Ze kan er niet bij. Daar komt Tom. Tom, pluk jij die peer voor mij, vraagt Jans. Maar Tom kan er ook niet bij. Hij is te klein. Jans denkt na. Tom ik ga op jouw handen staan en klim omhoog. Dat doen ze en dan deelt Jans haar peer met Tom.
|
|