|
Een appel op de boterham. Kim heeft trek. Ze wil een boterham. Wat doe ik op die boterham, denkt Kim. Mmmmmm, een appel er op, dat smaakt. Kim pakt een schaal en holt de tuin in. Er is al een appel rijp en Kim plukt de appel. Ze legt de appel in de schaal. Kim wast en schilt de appel. Dan snijdt ze de appel. Hier een stuk, daar een stuk. De boterham is vol. Hap, hap, dat smaakt! Ik lust er nog wel een.
|
|