|
Poes Miauw geniet van de zon. Het is mooi weer. Poes Miauw ligt voor het raam. De zon schijnt lekker op haar vacht. Ze ligt zachtjes te spinnen. Soms kijkt ze naar buiten. Daar ziet ze de kinderen spelen. Opeens springt ze op. Ze heeft trek gekregen. In de keuken staat haar bordje al klaar. Ze eet het bordje vlug leeg. Dan gaat ze weer naar het raam. Als er nu maar geen wolk voor de zon komt. Poes Miauw heeft geluk. De zon schijnt nog de hele dag.
|
|