|
Ria en Els maken een boswandeling. Ria is acht jaar. Ze heeft zin om te gaan wandelen. Ze vraagt haar zusje Els mee. Waar gaan we naar toe? vraagt Els. Naar de bossen, zegt Ria. Ria pakt een tas voor de eikels en bladeren. In het bos vinden ze ook een paddestoel. Die neem ik mee, zegt Els. Maar Ria zegt dat dat niet mag. Zullen we naar huis gaan? vraagt Ria. Els wil ook wel naar huis. Thuis telt Ria de eikels. Els plakt de bladeren in een schrift.
|
|