|
Zeilen op het meer. Vandaag gaan we naar de boot. Die ligt in de haven. Vlakbij een groot meer. Het is een zeilboot met twee masten. De zeilen zijn heel hoog en groot. Ik doe een zwemvest aan. Dan kunnen we gaan. We varen de haven uit. Dan zijn we op het meer. We hangen schuin tegen de golven. Het water spat op mijn gezicht. Om vijf uur zijn we allemaal moe. We gaan fijn naar een eethuis toe.
|
|