|
Marleen gaat uit eten. Marleen is dol op eten. Op boontjes en patat. Ook peentjes en witlof is zij nog lang niet zat. Vandaag gaat ze uit eten. Ze gaat naar een restaurant. Daar zit ze aan een tafel met een kaars en een mooi kleed. Er zitten nog meer mensen. En iedereen daar eet. Marleen roept snel een ober. Ze vraagt hem naar de lijst. Ober, geeft u mij maar patat en ijs.
|
|