|
Het stormt rond de school. De wind raast om de school. Takken slaan tegen het raam. Je kunt de juf bijna niet verstaan. Linda zit te wiebelen. Robert kletst met Gerard. De juf krijgt er een punthoofd van. Dan slaat ze haar taalboek dicht en zegt, opruimen maar! Na een tijdje zijn ze daarmee klaar. Piet laat zijn potlood vallen. Juf kijkt niet zo blij. De storm is nog niet voorbij.
|
|