|
software
Clusteren vraag en antwoord
Voor welke leerlingen is
Clusteren geschikt?
Clusteren is voor alle leerlingen in groep 3 en 4 die nog
problemen hebben met de visuele synthese.
Om met het programma te kunnen starten dient een leerling aan 2
voorwaarden te voldoen:
1. Hij of zij moet woorden van 2 letters direct herkennen; dit betekent dat er
sprake moet zijn van letterkennis en beheersing van de auditieve synthese;
2. Hij of zij moet woorden op mkm-niveau letterspellend kunnen lezen.
Indien dit niet het geval is, is er sprake van hiaten met betrekking tot
letterkennis en auditieve synthese en kan het programma Clusteren niet gebruikt
worden. U kunt de letterkennis trainen met het computerprogramma
Flits.
Hoe zijn de woordenlijsten opgebouwd?
De
woorden zijn ingedeeld in een aantal niveaus die opklimmen in complexiteit en
moeilijkheid (van mk-/km-niveau t/m 2 lettergrepige woorden). Onze indeling
sluit, met een paar wijzigingen, aan bij die van De Baar (1986).
Elk
niveau bestaat uit een aantal woordenlijsten; deze woordenlijsten zijn weer
opgebouwd uit woordpakketten.
Een
voorbeeld: binnen de eenlettergrepige woorden bestaat het mmkm-niveau; binnen
dit niveau kunnen we een woordenlijst samenstellen die bestaat uit de volgende
woorden:
|
blaf
bleek
bloot
blad
blik
blut
bloem
blauw
blank
bloei
|
grap
groot
gras
grot
grijs
groen
grauw
graai
|
trap
trek
traan
tree
trip
tril
tros
|
Het
mmkm-niveau bevat een aantal van deze lijsten, waarvan elk woord is opgebouwd
uit een begincluster van 2 medeklinkers gevolgd door een primaire lettergroep.
Deze lijst bevat 3 woordpakketten; elk woordpakket is op te vatten als een
wisselrij met behulp waarvan een bepaald medeklinker-cluster wordt ingeoefend:
respectievelijk "bl-", "gr-" en "tr-".
Hoe verlopen de
oefeningen?
Oefeningen in de oefenfase (Kijk en
wijs)
Iedere leerling begint met de
oefening: "In de kast".
Hiermee wordt het eerst woordpakket
geoefend (blad, bleek etc.).

Als de score voldoende is, dan mag de
leerling door naar de volgende oefening: "Aan de waslijn".

Hiermee wordt het tweede woordpakket
geoefend (grap, groot etc.).
Als de score voldoende is, dan mag de
leerling door met de volgende oefening: "Kies een doos".

Met deze oefening wordt het derde
woordpakket geoefend (trap, trek etc.).
Als ook hier de score voldoende is,
dan gaat de leerling door naar de volgende oefening: "Wat een kunst".

Hier worden alle woordpakketten uit
de woordenlijst door elkaar geoefend. Als de score voldoende is, dan gaat de
leerling door naar de automatiseringsfase.
Oefeningen in de automatiseringsfase
Na de oefenfase volgt de
automatiseringsfase met de oefening "Flits". In deze oefening wordt de directe
woordherkenning geoefend. Flits traint de woorden uit de drie woordpakketten
door elkaar.

Flits (oplezen)
Met het onderdeel Flits kan de
leerling met de leerkracht werken (de leerling moet de geflitstse woorden
oplezen), maar de leerling kan ook zelfstandig werken (de leerling moet de
woorden dan natypen).
Als de leerling de woorden moet
oplezen (dit heeft de voorkeur) en een bepaald aantal woorden per minuut haalt,
dan mag de leerling door naar de oefeningen in de verwerkingsfase.
Als de leerling de woorden moet
natypen, dan moet de leerling een bepaald aantal woorden tweemaal achtereen
correct natypen. Als dit lukt, dan mag de leerling verder naar de
verwerkingsfase. Een leerling heeft meestal een aantal beurten nodig om door de
automatiseringsfase te komen.
Oefeningen in de verwerkingsfase
In de verwerkingsfase komt de
leerling eerst het onderdeel""Vlekken" tegen.

Hier worden alle woordpakketten uit
de woordenlijst door elkaar geoefend. Als de leerling de norm haalt, dan mag
deze door naar de oefening "Medeklinkers".

Ook hier worden alle pakketten uit de
woordenlijst geoefend. Als de leerling de norm haalt, dan wordt de leerling een
woordenlijst verder gezet en begint de leerling opnieuw met "In de kast".
|