|
Typ het woord dat
de band zingt
De leerling hoort een woord dat in lettergrepen
wordt uitgesproken. De leerling moet het woord moet intypen.
Als de leerling om hulp vraagt, dan wordt een lettergreep nogmaals
uitgesproken en deze blijft dan ook op het scherm staan.
|
|
|
|
Wijs
de lettergrepen aan
De leerling
hoort een woord. Daarna wijst de leerling de lettergrepen van het
woord aan. Als de leerling om hulp vraagt, dan flitst de lettergreep op die de leerling moet kiezen. |
|
|
|
Vul het woord aan
De leerling hoort een woord. Dat woord is ook ingevuld in de
vakjes, maar er is steeds een letter weggelaten. De leerling moet deze
letter invullen.
Als een leerling om hulp vraagt, dan wordt de gevraagde letter ingevuld. De normering, het aantal rijen (van één tot vier) en het aantal herkansingen na een fout is individueel in te stellen. Een woord wordt fout gerekend als de leerling om hulp vraagt.
|
|
|
|
Typ het woord dat de
juffrouw zegt
Een oefeningenserie rond een bepaalde spellingscategorie wordt meestal
afgesloten met een dictee. De leerling hoort het woord dat ingetypt
moet worden. Bij deze oefening moet de leerling het woord 2 keer
achtereen correct natypen. Dan ziet Spellingswerk het woord als
voldoende. De leerling mag hier hier meerder beurten aan werken.
Spellingswerk houdt bij welke woorden de leerling al beheerst en oefent
steeds met de woorden die de leerling nog niet goed kent. |
|
|
|
Schrijf het verdwenen woord op
Bij deze oefening moet de leerling het woord op het schoolbord goed aankijken en daarna op de bordenwisser klikken, dan verdwijnt het woord en moet het woord worden ingetypt.
Zo wordt de leerling al gedeeltelijk gedwongen om het woord in te prenten. |
|
|
|
Op en neer Een woord is als een slang geschreven. De leerling moet het woord intypen. De normering, en het aantal herkansingen na een fout is individueel in te stellen. Als de leerling om hulp vraagt, dan wordt het woord meer horizontaal geplaatst. Een woord wordt fout gerekend als het aantal vergissingen (verkeerd ingetypte woord) groter dan één is.
|
|
|
Wijs
de lettergrepen aanDe leerling
hoort een woord. Daarna wijst de leerling de lettergrepen van het
woord aan. Als de leerling om hulp vraagt, dan flitst de lettergreep op die de leerling moet kiezen. |
|
|

Kies de goede eekhoorn
Dit is een sorteeroefening. De leerling hoort een woord. Daarna klikt de
leerling de eekhoorn aan waar het woord bij hoort. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|